Albanië

Albanië is zonder twijfel één van de minst ontdekte landen van Europa. Voorheen tijdens de communistische tijd was het volledig afgesloten van de buitenwereld en daarna toneel van veel conflicten. De laatste jaren is daar een positieve verandering in gekomen en zetten de inwoners gezamenlijk de schouders onder de ontwikkeling van het land.


Albanië, is een land in het westen van het Balkanschiereiland, grenzend aan de Adriatische en aan Ionische Zee. Behalve de vruchtbare Adriatische kust is Albanië ruw en bergachtig gebied met het hoogste punt Korab (2763 m) op de grens met Macedonië. Enkele eeuwen voor het begin van onze jaartelling werd Albanië bewoond door de Illyriërs. In de 2e eeuw v. Chr. werd Albanië door de Romeinen veroverd en gedeeltelijk geromaniseerd. Na 1204 ontstond in Zuid-Albanië en Noordwest-Griekenland het despotaat Epirus, dat vanuit Byzantium geregeerd werd.
Dit gebied kwam aan het begin van de 14e eeuw onder het bewind te staan van de Italiaanse prinsen Orsini, terwijl Midden-Albanië als het Koninkrijk Albanië onder de koningen van Napels viel. In de eerste helft van de 15e eeuw vielen de Turken Albanië binnen. Ondanks het verzet van de Albanezen werd het vanaf 1478 officieel Turks gebied. Opmerkelijk was dat vele Albanezen overgingen tot de islam, maar de Albanezen bleven gedurende de overheersing tegen de Turken in opstand komen, vooral sinds de 18e eeuw. In 1912 werd het land onafhankelijk van het Ottomaanse Rijk en na de II WO kreeg het onder Enver Hoxha een dogmatisch communistisch regime dat zich steeds verder van de rest van de wereld isoleerde. Albanië hield er een geheimzinnige reputatie aan over.